
Wanneer iemand door een ongeval blijvendarbeidsongeschikt raakt, is het verlies van arbeidsvermogen vaak de grootsteschadepost in een letselschadezaak. Deze schadepost vertegenwoordigt hetinkomen dat het slachtoffer zonder ongeval zou hebben verdiend. De recenteuitspraak van de Rechtbank Oost-Brabant van 25 september 2025 illustreert hoecomplex de vaststelling van deze schade kan zijn.
Verlies van arbeidsvermogen, ook wel verlies vanverdienvermogen genoemd, ontstaat wanneer een slachtoffer als gevolg van letselzijn werk geheel of gedeeltelijk niet meer kan uitoefenen. Daardoor valleninkomsten weg, soms voor de rest van het arbeidsleven. De aansprakelijke partijmoet dit inkomensverlies vergoeden.
In de praktijk gaat het niet alleen om gemisteloonbetalingen, maar ook om bijkomende factoren zoals gemistesalarisverhogingen, bonussen, reiskostenvergoedingen of andere secundairearbeidsvoorwaarden. Bovendien speelt vaak pensioenschade een rol, omdat lagereinkomsten automatisch leiden tot een lagere pensioenopbouw.
In de uitspraak van de Rechtbank Oost-Brabant stond een werknemer centraal die jarenlang zwaar fysiek werk verrichtte bij eenmetaalbedrijf. Hij tilde dagelijks zware materialen en ontwikkelde ernstigerugklachten. Toen bleek dat zijn klachten waren veroorzaakt door dewerkomstandigheden, stelde hij zijn werkgever aansprakelijk op grond vanartikel 7:658 BW.
De rechter stelde vast dat de werknemer structureel te zwaar werk had verricht en dat de werkgever onvoldoende maatregelen had genomen omrugbelasting te voorkomen. Daarmee was sprake van schending van de zorgplicht.De werknemer werd uiteindelijk volledig arbeidsongeschikt verklaard en kreegeen IVA-uitkering toegekend.
In de daaropvolgende schadestaatprocedure vorderde hij ruim 337.000 euro aan schadevergoeding voor verlies van arbeidsvermogen, inclusiefpensioenschade. De werkgever en diens verzekeraar (RSA Luxembourg) betwisttendit bedrag, onder meer omdat volgens hen het verband tussen de klachten en hetwerk nader onderzocht moest worden. De rechtbank wees dat verweer echter af:het causaal verband stond al vast uit eerdere procedures.
De rechtbank benadrukte dat de schade wegens verlies vanarbeidsvermogen wordt vastgesteld door de situatie mét letsel te vergelijkenmet de hypothetische situatie zónder letsel. Daarbij wordt uitgegaan van eenredelijke verwachting over hoe de loopbaan van het slachtoffer zich zonderongeval zou hebben ontwikkeld.
In deze zaak werd uitgegaan van het salaris dat de werknemerbij zijn voormalige werkgever verdiende, gecorrigeerd met cao-verhogingen enlooninflatie. Vervolgens werd dit vergeleken met het lagere inkomen uit zijnarbeidsongeschiktheidsuitkering. De rechter vond deze berekening realistisch enwees de volledige vordering van € 337.416 toe.
De rechter maakte duidelijk dat ook de pensioenschadeonderdeel is van het verlies aan arbeidsvermogen. Omdat de werknemer door zijnrugklachten geen ander werk kon vinden, bouwde hij geen pensioen meer op. Dewerkgever had hem bovendien niet geïnformeerd over de mogelijkheid om zijnpensioenopbouw vrijwillig voort te zetten. Daardoor viel deze schadeposteveneens binnen de aansprakelijkheid van de werkgever.
De uitspraak bevestigt dat het berekenen van verlies aanarbeidsvermogen maatwerk is. Er moet rekening worden gehouden met tallozefactoren, zoals leeftijd, opleidingsniveau, carrièreperspectief enarbeidsmarktkansen. Daarom schakelen belangenbehartigers en advocaten vaakgespecialiseerde rekenkundigen in die met erkende rekenprogramma’s de schadeonderbouwen.
De uitspraak van de Rechtbank Oost-Brabant laat zien dat eenzorgvuldige onderbouwing van deze schadepost cruciaal is. Een werknemer diedoor arbeidsomstandigheden zijn baan en inkomen verliest, heeft recht opvolledige compensatie, inclusief toekomstige schade en pensioenschade.
Voor slachtoffers is het van groot belang dat zij zich latenbijstaan door een gespecialiseerde letselschadeadvocaat. Alleen dan kanverzekerd worden dat het verlies aan arbeidsvermogen juist wordt vastgesteld –niet met een ruwe schatting, maar op basis van een gedegen berekening enjuridische onderbouwing.

Onze inzet is om jou (juridisch) te ontzorgen. Jij hebt als slachtoffer of gedupeerde immers al genoeg aan je hoofd. Schroom niet en zoek contact met ons, om in de meeste gevallen gratis rechtshulp te ontvangen van ervaren en gespecialiseerde advocaten.
Van Diepen Letselschade is onderdeel van de advocatenmaatschap Van Diepen Van der Kroef Advocaten, statutair gevestigd en (mede) kantoorhoudende te (1077BL) Amsterdam aan het Dijsselhofplantsoen 16-18. De advocatenmaatschap is ingeschreven in het handelsregister onder nummer 34330703