Een klassiek scenario op een provinciale weg: het is donker, buiten de bebouwde kom, een bocht, en ineens beweging in de berm. De voorligger mindert vaart omdat er mogelijk een dier oversteekt. De achterligger ziet remlichten, verwacht dat er weer wordt doorgereden, en dan volgt toch een aanrijding. In de praktijk ontstaat dan snel discussie over de vraag of de voorligger ‘zonder noodzaak’ remde en dus (mede) aansprakelijk is. In deze deelgeschilbeschikking heeft de Rechtbank Den Haag die discussie in belangrijke mate beslecht: de achterligger maakte een verkeersfout en is aansprakelijk, ook als de voorligger afremt vanwege een overstekend dier.
23.2.26

Kopstaartbotsing door overstekend dier

wanneer is de achterligger aansprakelijk?

Een klassiek scenario op een provinciale weg: het isdonker, buiten de bebouwde kom, een bocht, en ineens beweging in de berm. Devoorligger mindert vaart omdat er mogelijk een dier oversteekt. De achterliggerziet remlichten, verwacht dat er weer wordt doorgereden, en dan volgt toch eenaanrijding. In de praktijk ontstaat dan snel discussie over de vraag of devoorligger ‘zonder noodzaak’ remde en dus (mede) aansprakelijk is. In dezedeelgeschilbeschikking heeft de Rechtbank Den Haag die discussie in belangrijkemate beslecht: de achterligger maakte een verkeersfout en is aansprakelijk, ookals de voorligger afremt vanwege een overstekend dier.

De zaak is interessant omdat de rechtbank nauwkeurig kijktnaar het schadeformulier en de getuigenverklaringen, en omdat de opgevoerdekosten van het deelgeschil fors worden gematigd.

Wat gebeurde er op de weg?

Het ongeval vond plaats op 8 februari 2018 rond 19.30 uur opeen weg waar op dat moment een maximumsnelheid van 80 km/u gold. Het was buitende bebouwde kom en de aanrijding gebeurde in een bocht. De voorligger reed ineen huurauto en verklaarde dat hij beweging zag in de groenstrook. Hij remdeaf, reed vervolgens enige tijd met een zeer gematigde snelheid (circa 15 tot 20km/u) en zag dat een dier (later: een haas) schuin voor de auto meebewoog endaarna overstak. Op dat moment werd hij van achteren aangereden.

De achterligger verklaarde op zijn beurt dat hij eerststevig moest remmen, daarna zag dat de remlichten uitgingen en vervolgensopnieuw krachtig werd geremd waarna de voorligger tot stilstand kwam. Dattweede remmoment kwam voor hem onverwachts.

De verzekeraar van de achterligger wees aansprakelijkheid afen stelde dat de voorligger zonder verkeersnoodzaak (hard) remde. De zaak liepzo vast dat de voorligger in deelgeschil om een verklaring voor recht vroeg datde achterligger en diens WAM-verzekeraar aansprakelijk zijn.

Waarom leent deze vraag zich voor een deelgeschil?

Deelgeschil is bedoeld om één of meer concrete knelpunten inde buitengerechtelijke onderhandelingen te laten beslissen, zodat partijendaarna weer verder kunnen met de afwikkeling. Hier ging het om de kernvraag: isde achterligger aansprakelijk voor de gevolgen van de kopstaartbotsing?Partijen waren het erover eens dat die vraag zich leent voor behandeling indeelgeschil. De rechtbank ging daarin mee en beoordeelde de aansprakelijkheidinhoudelijk.

De doorslag: het schadeformulier en de feitelijke lezing

De rechtbank hechtte veel waarde aan de voorkant van hetschadeformulier dat partijen direct na het ongeval samen hadden ingevuld enondertekend. Daarop stond dat de voorligger remde “because of the rabbit” endat hij “standing still after breaking for the crossing rabbit” was. Deachteraf door de achterligger eenzijdig ingevulde achterkant van het formulierwerd niet als uitgangspunt genomen.

Vervolgens keek de rechtbank naar de getuigenverklaringenuit de voorlopige getuigenverhoren. Een belangrijk punt: beide partijen warenhet erover eens dat zij na de eerste remming met een zeer gematigde snelheidvan ongeveer 20 km/u reden. De achterligger stelde dat er toen ongeveer 10meter afstand was en dat hij met die snelheid binnen 8 meter had kunnenstoppen. De rechtbank merkt terecht op dat dat niet kan kloppen, omdat debotsing dan niet had hoeven plaatsvinden.

Ook het verweer dat sprake was van een ‘onverwachtenoodstop’ zonder verkeersnoodzaak hield geen stand. De rechtbank vond de lezingvan de voorligger logisch en consistent: geleidelijk afremmen vanwege eenonzekere situatie, langzaam blijven rijden omdat het dier schuin voor de automeebewoog en pas daarna de daadwerkelijke oversteek. Dat past minder bij hetbeeld van een plotselinge, onverklaarbare noodstop.

De verkeersfout zat volgens de rechtbank vooral in dereactie van de achterligger. Uit diens eigen toelichting bleek dat hij er (tenonrechte) van uitging dat er niet meer zou worden geremd, zijn rem losliet enniet meer goed genoeg oplettend was. Juist na een eerste remmoment in hetdonker, in een bocht en bij een lagere snelheid dan ter plaatse is toegestaan,had een meer afwachtende houding en extra afstand voor de hand gelegen.

De uitkomst: aansprakelijkheid achterligger, geen eigenschuld voorligger

De rechtbank komt tot het oordeel dat de achterligger zijnrijgedrag onvoldoende heeft aangepast aan de verkeerssituatie en daarmeeonrechtmatig heeft gehandeld. De voorligger mocht zijn rijgedrag aanpassendoordat hij beweging zag die mogelijk zou oversteken. Het argument “je wist datik achter je reed” helpt de achterligger niet: de achterligger moet zó veelafstand houden dat hij binnen de overzienbare vrije weg kan stoppen.

Het beroep op eigen schuld van de voorligger slaagt daaromniet. De rechtbank verklaart voor recht dat de achterligger aansprakelijk isvoor de materiële en immateriële schade als gevolg van de aanrijding, en dat deachterligger en de WAM-verzekeraar hoofdelijk tot vergoeding van die schadegehouden zijn. Over een concrete schadevergoeding (bedrag) wordt in dezebeschikking niet beslist; de zaak gaat daarna verder in het schadetraject.

Kosten deelgeschil: duidelijke matiging

De advocaat van verzoeker vroeg vergoeding van 17 uur tegen265 euro per uur, plus btw, en het griffierecht. De rechtbank past de dubbeleredelijkheidstoets toe en vindt het redelijk dat een deelgeschil is gestart,maar matigt de tijdsbesteding. Reden: gemiddelde complexiteit, herhaling vanstandpunten en het verwijt dat het verzoekschrift grotendeels lijkt op eerdereprocesstukken (zoals voor het voorlopig getuigenverhoor). De rechtbank begrootuiteindelijk 11 uur als redelijk.

Dat leidt tot een kostenbegroting van 3.527,15 euro (incl.btw) plus 331 euro griffierecht: in totaal 3.858,15 euro, te betalen binnenveertien dagen.

Veelgestelde vragen

Geen veelgestelde vragen gevonden
Van Diepen Letselschade

Wij staan voor je klaar

Onze inzet is om jou (juridisch) te ontzorgen. Jij hebt als slachtoffer of gedupeerde immers al genoeg aan je hoofd. Schroom niet en zoek contact met ons, om in de meeste gevallen gratis rechtshulp te ontvangen van ervaren en gespecialiseerde advocaten.