
rechtbank Rotterdam biedt basis voor verdere schadeafwikkeling
De rechtbank Rotterdam heeft in een deelgeschilprocedurevastgesteld dat een man civielrechtelijk aansprakelijk is voor de schade vaneen vrouw als gevolg van seksuele handelingen die hij met haar heeft verrichtterwijl hij wist dat zij in een staat van verminderd bewustzijn verkeerde. Deciviele uitspraak is relevant omdat zij het aansprakelijkheidsvraagstuk in eenrelatief snelle procedure beslecht, terwijl de discussie over de preciezeschadeomvang en het causaal verband met specifieke klachten en schadeposten ineen later traject kan worden uitgewerkt.
De man is op 16 februari 2021 door de strafrechter inRotterdam veroordeeld tot een taakstraf van 240 uur voor de seksuelehandelingen. In de strafzaak heeft de benadeelde partij materiële schadegevorderd van 66.715 euro, bestaande uit onder meer verlies aan nettoresultaatals zelfstandig schilder en het eigen risico van de zorgverzekering. Daarnaastvorderde zij immateriële schade van 7.000 euro. De strafrechter heeft eenschadevergoedingsmaatregel opgelegd en begrootte de immateriële schade op 5.000euro en de materiële schade op 6.722 euro. Voor het resterende deel van demateriële schade werd de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard, omdatverdere berekening van de gederfde inkomsten volgens de strafrechter eenonevenredige belasting van het strafgeding zou zijn. Daarbij is explicietoverwogen dat dit deel bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht. Deman stelde geen hoger beroep in en heeft de taakstraf uitgevoerd en de door destrafrechter bepaalde schadevergoeding betaald. Vervolgens is hij door debenadeelde partij in 2022 aansprakelijk gesteld, maar hij reageerde niet.
De deelgeschilprocedure (artikel 1019w Rv) is bedoeld om eenimpasse in de buitengerechtelijke afwikkeling van letsel- of overlijdensschadete doorbreken door de rechter een afgebakend geschilpunt te laten beslissen. Dewederpartij stelde dat deze zaak ongeschikt was voor een deelgeschil, omdat ercomplexe en betwiste onderwerpen zouden spelen zoals medische causaliteit,arbeidsongeschiktheid en omvang van de schade, die volgens hem bewijsleveringen mogelijk deskundigenonderzoek vereisen. De rechtbank oordeelde echter dathet geschilpunt over de aansprakelijkheid wél in deelgeschil kon wordenbeslist. Een oordeel daarover kan de onderhandelingen vlot trekken en bijdragenaan een vaststellingsovereenkomst. Daarmee is de zaak geschikt voor behandelingals deelgeschil.
Centraal in de beoordeling staat het effect van destrafrechtelijke veroordeling in het civiele recht. Artikel 161 Rv bepaalt dateen in kracht van gewijsde gegaan strafvonnis dwingend bewijs oplevert van hetfeit dat daarin bewezen is verklaard. Omdat de man geen hoger beroep instelde,is het strafvonnis onherroepelijk geworden. De civiele rechter gaat daarom uitvan het bewezen verklaarde handelen: de seksuele handelingen met de vrouwterwijl hij wist dat zij in een staat van verminderd bewustzijn verkeerde.
De rechtbank kwalificeert deze gedraging als eenonrechtmatige daad. Met de seksuele handelingen is inbreuk gemaakt op een rechtvan de benadeelde partij (artikel 6:162 lid 2 BW). Nu het handelen aan de daderkan worden toegerekend en er sprake is van schade, volgt de verplichting om dieschade te vergoeden (artikel 6:162 lid 1 BW). De rechtbank verklaart daaromvoor recht dat de man aansprakelijk is voor de door de vrouw geleden schade alsgevolg van de seksuele handelingen waarvoor hij strafrechtelijk is veroordeeld.
De wederpartij betwistte vooral het causaal verband tussende seksuele handelingen en de gestelde klachten en schade, met name het verliesaan verdienvermogen. De rechtbank maakt duidelijk dat die discussie nietwegneemt dat de aansprakelijkheid als zodanig kan worden vastgesteld. Voor eenverklaring voor recht is voldoende dat vaststaat dat onrechtmatig is gehandelden aannemelijk is dat daardoor schade kan zijn ontstaan. In welke mate en voorwelke specifieke schadeposten daadwerkelijk causaal verband bestaat, leent zichminder goed voor een deelgeschil en kan zo nodig in een bodemprocedure wordenonderzocht, eventueel voorafgegaan door (voorlopige) bewijsverrichtingen. Hetverzoek om een voorschot van 35.000 euro op de schadevergoeding is tijdens dezitting ingetrokken, zodat de rechtbank zich daarover niet meer hoefde uit telaten.
De benadeelde partij verzocht om begroting van dedeelgeschilkosten en vergoeding daarvan door de aansprakelijke partij. Derechtbank past de dubbele redelijkheidstoets toe: het deelgeschil was nietonnodig of onterecht, omdat aansprakelijkheid nog werd betwist en de verklaringvoor recht is toegewezen. Daarna beoordeelt de rechtbank of de omvang van dekosten redelijk is. Daarbij houdt de rechtbank er rekening mee dat het verzoekom voorschot is ingetrokken, zodat werkzaamheden die daarop zagen niet (meer)noodzakelijk waren. De rechtbank acht een tijdsbesteding van in totaal 8 uurredelijk, tegen een uurtarief van 265 euro exclusief btw. Dat bestaat uit 3 uurvoor het opstellen van het verzoekschrift, 2 uur reistijd en 3 uur voor dezitting. Dit leidt, inclusief btw, tot 2.565,20 euro. Daar komt hetgriffierecht van 90 euro bij. De totale deelgeschilkosten worden begroot op2.655,20 euro, en de dader wordt veroordeeld dit bedrag te betalen. Dezekostenveroordeling is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
De rechtbank Rotterdam legt met deze beschikking eenbelangrijk fundament voor de verdere civiele afwikkeling: de aansprakelijkheidstaat vast, mede door de dwingende bewijskracht van het onherroepelijkestrafvonnis. De zaak laat zien dat een deelgeschil een effectief instrument kanzijn om het aansprakelijkheidsvraagstuk te beslechten wanneer eenaansprakelijkstelling onbeantwoord blijft of aansprakelijkheid wordt betwist.De vervolgstap is doorgaans het uitwerken van causaliteit en schadeomvang,waaronder het verlies aan verdienvermogen, waarvoor in complexe gevallenaanvullend bewijs en eventueel deskundigenonderzoek nodig kan zijn.

Onze inzet is om jou (juridisch) te ontzorgen. Jij hebt als slachtoffer of gedupeerde immers al genoeg aan je hoofd. Schroom niet en zoek contact met ons, om in de meeste gevallen gratis rechtshulp te ontvangen van ervaren en gespecialiseerde advocaten.
Van Diepen Letselschade is onderdeel van de advocatenmaatschap Van Diepen Van der Kroef Advocaten, statutair gevestigd en (mede) kantoorhoudende te (1077BL) Amsterdam aan het Dijsselhofplantsoen 16-18. De advocatenmaatschap is ingeschreven in het handelsregister onder nummer 34330703