
wat betekent dit voor ouders, verkopers en producenten?
De vondst van asbest in speelzand heeft in korte tijdgeleid tot grote maatschappelijke onrust en roept ook juridisch belangrijkevragen op. Het AD publiceerde de afgelopen weken meerdere artikelen overasbesthoudende speelzandproducten, Letselschade.NU volgde die ontwikkelingenvanuit letselschade- en aansprakelijkheidsperspectief, en de NVWA maakte op 13maart 2026 de eerste resultaten van haar eigen onderzoek bekend. Daaruit blijktdat van 99 onderzochte speelzandproducten er 65 geen asbest bevatten, 29 productenwel asbest bevatten maar onder de wettelijke limiet van 0,1 procent bleven, en5 producten boven die limiet uitkwamen. Die 5 producten mogen niet meer wordenverkocht.
De berichtgeving begon eerder met onderzoeken waarover hetAD publiceerde. Daarbij werd onder meer melding gemaakt van asbest inspeelzandproducten en aanverwante speelgoedproducten, waaronder zogenoemdzandkunst- en plakzand. Volgens het AD werden in sommige productenconcentraties van 0,1 tot 2 procent tremoliet gevonden en in eerdereberichtgeving zelfs percentages van 2 tot 5 procent genoemd inniet-hechtgebonden vorm. Letselschade.NU berichtte vervolgens dat opnieuwtremoliet was aangetroffen en dat volgens eerdere berichtgeving sprake zou zijnvan niet-hechtgebonden vezels tussen de zandkorrels, wat relevant is omdatzulke vezels gemakkelijker kunnen vrijkomen. Ook meldde het AD dat Bol alleproducten met speelzand uit het assortiment haalde nadat opnieuw asbest wasaangetroffen.
Voor de productaansprakelijkheid is van belang dat eenspeelzandproduct niet pas juridisch problematisch wordt als het daadwerkelijktot letsel heeft geleid. Al veel eerder kan sprake zijn van een onveiligproduct. De nieuwe en de bestaande Europese productaansprakelijkheidsregelssluiten aan bij het uitgangspunt dat een product veilig moet zijn in het lichtvan wat een gebruiker daarvan redelijkerwijs mag verwachten. Speelgoed voorkinderen behoort evident tot de categorie producten waarvoor een zeer hoog veiligheidsniveaumag worden verwacht. Dat geldt temeer wanneer het product bedoeld is om aan teraken, te kneden of mee te spelen in een binnenomgeving. Wanneer daarinasbestvezels aanwezig zijn, ligt al snel de stelling voor de hand dat hetproduct gebrekkig of defect is, zeker als toezichthouders verkoopverbodenopleggen of aandringen op publiekswaarschuwingen. De nieuwe Europese ProductLiability Directive benadrukt bovendien expliciet dat ook relevanteproductveiligheidsregels en interventies zoals recalls of andere maatregelenvan bevoegde autoriteiten moeten worden meegewogen bij de beoordeling of eenproduct defect is.
In de Nederlandse praktijk zal bij asbest in speelzandmeestal eerst worden gekeken naar de keten van verantwoordelijke partijen:producent, importeur, distributeur en mogelijk ook de verkoper. De nieuweEuropese richtlijn over aansprakelijkheid voor gebrekkige producten, Richtlijn(EU) 2024/2853, vervangt de oude richtlijn uit 1985. Zij is op 8 december 2024in werking getreden, moet uiterlijk op 9 december 2026 in nationale wetgevingzijn omgezet en geldt voor producten die na 9 december 2026 op de markt wordengebracht of in gebruik worden genomen. De richtlijn bevestigt dat de producentin beginsel schade moet vergoeden die door een defect product wordtveroorzaakt, maar verbreedt ook de kring van potentiële aansprakelijkemarktdeelnemers. Zo kunnen onder omstandigheden ook importeurs,fulfilmentdienstverleners, gemachtigden, distributeurs en zelfs onlineplatforms die niet louter als tussenpersoon optreden, in beeld komen. Dat isjuist bij online verkochte speelgoedproducten relevant.
De komende Europese regels zijn niet alleen van belang voordigitale producten of AI, maar ook voor klassieke fysieke consumentenproductenzoals speelgoed. Voor slachtoffers wordt procederen in bepaalde gevalleneenvoudiger. De nieuwe richtlijn bevat regels over bewijsverstrekking door dewederpartij en over bewijsvermoedens. Nationale rechters moeten onderomstandigheden defectiviteit of het causaal verband vermoeden wanneer het voorde benadeelde buitensporig moeilijk is om dat volledig te bewijzen, bijvoorbeelddoor technische of wetenschappelijke complexiteit, terwijl wel aannemelijk isdat het product defect was of dat er een oorzakelijk verband bestaat. Bij eenkwestie als asbest in speelzand kan dat in toekomstige procedures relevantworden, omdat blootstelling, productonderzoek, samenstelling engezondheidseffecten vaak technisch ingewikkeld zijn.
Dat betekent niet dat iedere consument met een asbesthoudendspeelzandproduct automatisch met succes een schadeclaim kan indienen. Voorproductaansprakelijkheid blijft in de kern vereist dat sprake is van een defectproduct, schade en causaal verband tussen beide. De Europese Commissie vat datnog steeds zo samen. Maar juist bij producten voor kinderen kan het debat snelverschuiven van louter gezondheidsrisico naar juridische verwijtbaarheid in deproductketen. Als een product asbest bevat terwijl het als kinderspeelgoedwordt verkocht, ligt het voor de hand dat een benadeelde zich op het standpuntstelt dat het niet de veiligheid bood die men daarvan mocht verwachten. Komtdaar later concrete gezondheidsschade of vermogensschade bij, dan wordt eenaansprakelijkheidsclaim een reële mogelijkheid.
Op dit moment is vooral van belang dat het dossier nog inbeweging is. De NVWA onderzoekt nog ongeveer tien extra producten en heefteerder ook een publieks-Q&A gepubliceerd waarin zij aangaf dat hetonderzoek ziet op speelgoed met speelzand en niet op gewoon zandbakzand. Ookheeft de toezichthouder bij de betrokken bedrijven aangedrongen op eenpubliekswaarschuwing voor de producten die boven de norm uitkomen. In eerdereberichtgeving werd bovendien opgemerkt dat officiële terugroepacties lang uitbleven,terwijl dat voor snelle internationale waarschuwing juist van betekenis kanzijn. Voor ouders, scholen, kinderopvangorganisaties en andere afnemers isdaarom niet alleen de vraag relevant óf er asbest is gevonden, maar ook hoeproducenten, verkopers en toezichthouders vervolgens handelen. Juist dathandelen kan later zwaar meewegen in een discussie over productveiligheid enaansprakelijkheid.
Juridisch laat deze kwestie nu al zien hoe dichtproductveiligheid en letselschade bij elkaar liggen. Waar de eerste fase vooraldraait om toezicht, waarschuwingen en verkoopverboden, kan in een volgende fasede vraag opkomen wie aansprakelijk is voor blootstelling, gezondheidsschade,onderzoekskosten of andere schadeposten. Met de komst van de nieuwe Europeseproductaansprakelijkheidsregels wordt die route voor benadeelden in elk gevaloverzichtelijker en in sommige gevallen ook iets toegankelijker. Voor producentenen verkopers van speelgoed is dat een duidelijke waarschuwing: wie productenvoor kinderen op de markt brengt, moet de veiligheid daarvan niet alleen bijintroductie, maar gedurende de hele distributieketen serieus en aantoonbaarborgen.

Onze inzet is om jou (juridisch) te ontzorgen. Jij hebt als slachtoffer of gedupeerde immers al genoeg aan je hoofd. Schroom niet en zoek contact met ons, om in de meeste gevallen gratis rechtshulp te ontvangen van ervaren en gespecialiseerde advocaten.
Van Diepen Letselschade is onderdeel van de advocatenmaatschap Van Diepen Van der Kroef Advocaten, statutair gevestigd en (mede) kantoorhoudende te (1077BL) Amsterdam aan het Dijsselhofplantsoen 16-18. De advocatenmaatschap is ingeschreven in het handelsregister onder nummer 34330703